# Wat bedoelt de Bijbel met sterven en dood? Wat is het dodenrijk? En: wat staat er over de hel?

Wat gebeurt er, als een mens sterft? Wat wordt er in de Bijbel bedoeld met sterven, dood en dodenrijk?

Eerst dit!

Voordat wij dat gaan nalopen, is het nodig, dat wij weten wat de Schriften bedoelen, als zij het hebben over ‘lichaam’, ‘geest’ en ‘ziel’. Dat heeft namelijk alles te maken met de zaken waar wij meer over willen weten.

God schiep de mens uit de aardbodem en blies hem Zijn geest in. Het gevolg daarvan was, dat de mens een ‘levende ziel’ werd (Genesis 2:7). Hij haalde adem, leefde en was zich bewust van de schepping om hem heen.

Door het inblazen van de geest in het lichaam ontstond de ziel. De ziel is dus niet iets onafhankelijks, maar het gevolg van de verbinding van lichaam en geest. Schematisch ziet het er zo uit:

lichaam + geest -> ziel

Ik geef een voorbeeld. Denk aan een lamp, waar elektriciteit doorheen stroomt. Het gevolg ervan is licht.

Stelt u zich het menselijk lichaam voor als een lamp en de geest als stroom. Zo gauw als de stroom is ingeschakeld, geeft de lamp licht. Dus: op het moment dat een mens adem haalt, is hij zich bewust van zijn omgeving, is hij een ‘levende ziel’.

Wat is sterven?

Heb ik daar iets aan, als ik antwoord wil hebben op de vraag: Wat is sterven? In het Nederlands zijn er vele manieren om sterven te omschrijven. Ik kies er twee: de geest geven en de laatste adem uitblazen.

Als u het schema erbij houdt, wordt het duidelijk. Een mens die overlijdt, blaast de laatste adem uit. Omdat het lichaam niet langer ademt, is de ziel ook ‘weg’. De overleden mens denkt niet meer, wil niets meer en doet niets meer. Hij of zij is zich van niets meer bewust (Prediker 9:.5,10).

Waar is die ‘laatste adem’ gebleven? Die keert terug tot God, Die hem ook gegeven heeft. Het lichaam wordt begraven en keert zo terug tot de aarde en de ziel is er niet meer.

Zo spreken de Schriften over sterven. Dat weten en geloven houdt ons weg van een heleboel onbijbels denken.

Laten wij ‘verder’ kijken!

Na deze omweg kijken wij eerst naar wat het Oude Testament, dat geschreven is in het Hebreeuws, hierover zegt. Daarvoor zullen wij verder kijken dan de vertaling, dus: naar wat er staat in het Hebreeuws. Daarna doen wij het Nieuwe Testament open, want wij willen ook weten wat er in het Grieks staat.

Wat is dood?

Als wij willen weten wat dood is, is de Schrift voor een gelovige de enige leidraad. Dood is een terugkeer. Niet alleen van het lichaam, maar ook van de geest. Het lichaam keert terug tot de aardbodem (zie Genesis 3:19) en de geest keert terug tot God die hem gaf (Prediker 12:7). Zonder de vereniging van geest en lichaam is de ‘ziel’ er niet. Er is geen bewustheid meer. Dus: de ziel is niet iets onsterfelijks (wat mensen zeggen), laat staan dat zij iets goddelijks in de mens zou zijn. Dat is wat mensen tegen je zouden kunnen zeggen, als je hierover met hen in gesprek komt. De ziel is er niet, als er geen lichaam is, dat adem haalt. Dat zijn woorden die u en mij met beide benen op Gods Woord neerzet!

Wat is het dodenrijk?

Als het om sterven en dood gaat, komen wij in het Oude Testament het woord ‘sheol’ tegen en in het Nieuwe Testament ‘hades’. Die woorden worden vertaald met ‘dodenrijk’. De vraag waarop wij nu antwoord willen hebben, is: Is het Griekse woord ‘hades’ dan de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘sheol’? Betekenen die woorden hetzelfde?

Eigenlijk verklaart het Woord van God zichzelf. In Handelingen 2:27 zegt Petrus over de Heer Jezus: ‘omdat Gij mijn ziel niet aan het dodenrijk zult overlaten, noch uw heilige ontbinding doen zien’.

Petrus haalt daar Psalm 16:10 aan. Daarin staat inderdaad ‘sheol’. Het Grieks (d.w.z.: de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta) heeft daar ‘hades’ staan.

Als in het oude Israël gevraagd werd: wat gebeurt er met de ziel, als een mens sterft?, dan was het antwoord een ophalen van de schouders. Het betekende voor iemand in die tijd zoveel als: dat is onzeker, twijfelachtig, vragend – ‘sheol’, m.a.w.: is er niet meer, is weg, opgehouden te bestaan.

In de Septuaginta, vertaalde men ‘sheol’ met ‘hades’. Dat betekent: onwaarneembaar.

Nu moet het niet zo zijn, dat wij ‘sheol’ gaan vullen met de betekenis, die ‘hades’ volgens Griekse voorstellingen heeft. Daar is het de onderwereld, de plaats waar de zielen van overledenen zich zouden bevinden. Het uitgangspunt is en blijft het Hebreeuwse woord. Dat is bepalend hoe wij het Griekse woord moeten begrijpen!

Ik geef u enkele schriftverzen waar de ziel met ‘sheol’ in verband wordt gebracht. Psalm 30:4 – daar staat ‘mij’, letterlijk: ‘mijn ziel’; Psalm 49:16 – er staat ‘mijn leven, terwijl er letterlijk ‘mijn ziel’ staat. Zie ook Psalm 86:13 en 89:49.

Wij kijken naar het Nieuwe Testament. Wat leert de Here Jezus? In Johannes 11:11 zegt Hij over Lazarus, dat hij gestorven is. Hij wekt hem op uit de dood.

Wat valt u op, als u die gebeurtenis leest? Inderdaad, er wordt niets gezegd over wat Lazarus in de dood heeft meegemaakt. Niemand vraagt ernaar. U weet waarschijnlijk het antwoord. Elke Jood wist, dat er in de dood geen bewust ‘zijn’ is. De Heer vergelijkt de dood hier met slapen.

Dat betekent, dat het oudtestamentische ‘sheol’ en het nieuwtestamentische ‘hades’ hetzelfde aanduiden. Als de geest terugkeert naar God en het lichaam in het graf wordt neergelegd, is de ziel ‘hades’, niet langer waarneembaar. De N.B.G.-vertaling vertaalt dat met ‘dodenrijk’.

U weet hoe de Schriften spreken over dood en doodgaan. Maar misschien speelt door uw hoofd de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Daar wordt, zegt u misschien, toch over de ‘hel’ gesproken?!?

En de hel dan?!

Eeuwenlang is die gelijkenis opgevat als een beeld van de realiteit van hemel en hel. Maar het is een onderdeel gelijkenis, één van de vijf in het evangelie van Lucas, nl.: Het verloren schaap, De verloren penning, De verloren zoon, De onrechtvaardige rentmeester en De rijke man en de arme Lazarus. De laatste is dus deel van een 5-delige gelijkenis.

Nu hebben wij er een heleboel aan, dat we het Griekse ‘hades’ even bekeken hebben. Wij weten, dat het woord in betekenis hetzelfde is als ‘sheol’. Als iemand sterft, gaat de ziel naar het ‘dodenrijk’. Wat is die ‘hel’ dan?

In de grondtekst komen wij het Hebreeuwse woord ‘gehenna’ tegen. Een Bijbel met kanttekeningen zegt, dat het ‘de strafplaats van de goddelozen na het eindoordeel’ is. En: ‘Op andere plaatsen is de hel het rijk van de dood en van de doodsmacht’. Is wat daar staat vol te houden, als wij de Schriften erbij halen?

‘Gehenna’ is het ‘dal van Hinnom’, dat ten zuiden van Jeruzalem ligt. Het stadsvuil werd er neergeworpen, ontbond er, en: er brandde vuur. Om van die vuilstort nu de hel te maken, gaat wel erg ver. Het was een plaats van gruwelijke heidense gebruiken, waarbij kinderoffers gebracht werden. Men liet hen ‘door het vuur gaan’. Koning Josia heeft aan die gruwelen een eind gemaakt en er een stortplaats van gemaakt (2 Koningen 23:10).

De vertaling ‘hellevuur’ in Matteus 5:22 is een vertaling die een lezer op het verkeerde, onschriftuurlijke been zet. Het is niet het vuur van de hel, maar van het vuur dat op die plaats, het gehenna, brandde. Dus: ‘hel’ is de vertaling van het woord ‘gehenna’.

Bij ‘hel’ wordt gedacht aan een plaats van eeuwige pijniging. Wij hebben gezien, dat het woord verwijst naar ‘gehenna’. Dan is de betekenis duidelijk.

Op andere plaatsen draagt het de betekenis ‘onwaarneembaar’ – en dan gaat het om de ziel, nadat de geest het lichaam verlaten heeft. Dan vertaalt men niet ‘hel’, maar: ‘dodenrijk’. Er staat immers ‘hades’. De doden zijn zich van niets bewust. Zij wachten er op God, Die de levenden en de doden richten zal, d.w.z.: richten op Zijn handelen in liefde. Er is ook geen vagevuur, waar gelovigen van zonden e.d. gereinigd worden, alvorens naar de hemel te gaan. Trouwens, doden zijn zich van niets bewust! Zij zijn dus niet in de hemel.

‘Ho, ho’, denkt u. Wij hadden het over ‘hel’ e.d. U pakt een concordantie. Daar staan bij het woord ‘hel’ toch zes plaatsen waar het woord voorkomt. Ja, de vertaling ‘hel’ staat zes keer in de N.B.G.-vertaling, nl.: in Matteus 5:59, 30; 10:28; 23:15; 23:33 en Jakobus 3:6. Op al die plaatsen staat in het Grieks ‘gehenna’ en hoe dat woord uitgelegd moet worden, hebben wij gezien. Er had ‘gehenna’ moeten staan! Dan waren gelovigen weggebleven van angst, die niet gewekt had hoeven worden. Het zou beter zijn geweest, als men die gelovigen diep ontzag en respect voor hun God en Vader had bijgebracht! In 2 Korintiërs 1:3 zegt Paulus: ‘Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting, …’

‘Gezegend’ staat er: dat betekent ‘goed spreken over’. God is Degene, Die in een machtig plan uiteindelijk tot Zijn doel komt met al Zijn schepselen. Hij verwijst niet het overgrote deel van de mensheid naar een door mensen bedachte hel – als een soort straf voor niet of onvoldoende geloven. Maar: God is, en dat zegt diezelfde Paulus, de Redder van alle mesen (1 Timoteus 2:1-7 en 4:9-12). En Zijn beweegreden: liefde. Die liefde van God bereikt al Zijn schepselen. Dat houdt geen inleg van mensen tegen!

Andries van der Wal


Wilt u meer weten? Leest u de brochure ‘De rijke man en de arme Lazarus’. Over dit onderwerp is ook een boeiende predikatie te bestellen!
Of: leest u de brochure ‘De hemel’ – een fijne boekje dat u de Schrift voor ogen zet.